Reisverslag
Helene,
27 augustus 2010
Frankrijk
, Treignac
26°
Zaterdag 7 augustus
Het was koud vannacht, de hemel helemaal open. De tweede slaapzak moest er aan te pas komen terwijl het is nog maar begin augustus is. Als we wakker worden schijn de zon al fel. De jongens staan onder hun parasol te genieten van het stal gevoel. De vliegen terroriseren hen nu al. Reikhalzend steken ze hun hoofd uit naar het vliegenmasker. Hun weide verplaatsen we naar enkele bomen, straks is daar wel wat schaduw. Luc gaat samen met Jean Claude, Elize naar een manege brengen. Luc wil er eens informeren of onze jongens daar in November een maand of wat kunnen logeren. Hij wil dan graag dat we met z`n tweetjes, te voet naar Santiago de Compostella gaan. Het is dan al te koud om te kamperen. Op die pelgrimsweg zijn tal van overnachtingplaatsen in Refuge`s en kloosters. Maar met ezels kun je daar niet terecht. Degenen voor ons die het probeerden vonden het allemaal geen fijne tocht. Jean Claude zou ons graag, als we daarna toch ergens moeten overwinteren , voor een maand of wat, een kamer van zijn huis verhuren. Met dat geld kan hij het dan weer een stukje verder renoveren. Luc kijkt daar al naar uit, hij voelt zich heel erg goed bij hem. Hij is zo kalm en rustig en laat je in zijn huis, meer dan helemaal vrij. Misschien kan Luc dan ergens werken, om zo de taal nog beter te leren,aan verpleegkundigen hebben ze hier een groot tekort. Ik moet er even over denken, we zouden toch naar Spanje gaan? Spanje schijnt helemaal geen prettig wandelland te zijn, horen we meer en meer, van andere wandelaars. Ezels zijn daar niet geliefd en de honden lopen er los, komen dan natuurlijk blaffend op de ezels af. Ik zou het toch graag een kans willen geven. Misschien dat we dan, in januari of zo, met de auto naar het zuiden kunnen rijden. Als het klimaat het toelaat kunnen we daar dan een paar maanden wandelen. Zo niet, dan is er in Malaga, een ezelopvangcentrum waar we een tijdje kunnen helpen. We zien het wel, er zijn mogelijkheden genoeg. Wat het leven brengt, dat brengt het, het is allemaal goed.
Met z`n vieren gaan we vandaag naar een bos. Een kunstenaar heeft er zonet de laatste hand gelegd aan een kunstwerk. Een sculptuur heeft hij gemaakt van twee nog levende bomen, het is heel mooi. Of de bomen het ook zo over denken? Hun wortels leven nog, maar van hun takken is geen sikkepit meer over. Er staan ook drie eeuwenoude eiken, geplant in zestienhonderd veertig. Hun stammen kunnen we met z`n vieren maar net omvatten, kun kruinen steken vijf en dertig meter boven ons uit. In het midden van het bos, tussen een kring van bomen staat helemaal ommuurd, een hele kleine bron met kristal helder water. Het kabbelt door naar een riviertje, het houdt ons een tijdje in de ban. Verderop komen we aan een heel groot meer. Overmoedig beginnen we er omheen te lopen. Aan de wal zitten allemaal visser, met ieder wel een hengel of vier. Een hele batterij, met belletjes en zenders. Twee vissers naast elkaar, hebben allebei beet. Nieuwsgierig blijven we staan kijken. Heel erg langzaam, per halve meter, wordt de eerste vis naar de kant geleid, van trekken is geen sprake. In een heel groot net wordt hij tot onder het oppervlak getild en van de haak ontdaan. Ik hou mijn hart al vast, bang om te zien hoe het dier daarna op het droge gaat liggen spartelen. Niets is echter minder waar. Het beestje van een kilo of twee, wordt even uit het water getild om door ons bewonderd te worden en mag dan meteen weer het wijde water in. Ik ben helemaal verrukt, het dier mag verder leven. Hypocriet noem ik mezelf meteen. Een keer of twee per maand koop ik een stukje vis. Al is het met de viswijzer in de hand, ik vraag me niet af hoe het beestje aan zijn einde is gekomen. Hier ga ik dan opeens schijnheilig gevoelig zitten doen. Ook de vis van de buurman is bijna boven water. Deze kanjer van een kilo of vier wordt zo voorzichtig als een baby uit het water getild, zodat wij hem kunnen zien. Hij krijgt een aai over zijn buik en een duwtje in de rug en kan weer verder zwemmen. Zoveel tederheid had ik van vissers nooit verwacht, ik bekijk hen voortaan vast met andere ogen. Als we inzien dat we de omtrek van het meer hebben onderschat, keren we op onze schreden terug.
Zondag 8 augustus
De hele dag staat in het teken van ons vertrek van morgen. De trailer wordt aan de kant en op slot gezet. In de auto gaan alle spullen die niet meegaan onderweg. De grote Lichtbruine schapenvacht, afkomstig uit de Poolse Tatra`s snijden we zorgvuldig op maat in tweeën. Alle tassen worden zo ver als het kan weer ingepakt, morgen komt de rest. De tent moet nog worden geplakt, er zitten twee japen in het doek, die ons niet eerder zijn opgevallen. Alsof iemand met een mes doorheen is gegaan. Hoe die er in gekomen zijn? We onderbreken onze bezigheden voor een concert in Souvigny. In de Kathedraal zingt Luc Arbogast, Franse en Spaanse volksliederen. We hebben hem deze week al eens op een CD gehoord. Heel verrassend is zijn verschijning. Ik had nooit een boom van een kerel verwacht, kaal en getatoeëerd in middeleeuwse dracht. Heel anders dan zijn stem doet vermoeden. Die is namelijk fenomenaal . Als je hem alleen maar hoort, denk je met een vrouw van doen te hebben. Zijn stem bereikt een ongekende hoogte en gaat ook diep de diepte in. Zijn liederen zijn prachtig mooi, gelardeerd met de nodige humor. Wij, het publiek mogen met hem meedoen ,onze stemmen zijn hem niet te min. Helaas is zijn optreden maar heel kort. De organisatoren van deze laatste middeleeuwse dag, hebben er geen rekening mee gehouden dat de oorverdovende percussie buiten, binnendringt tot in de kerk. Jammer van de liederen, maar we hebben ook nog veel te doen. Terug In huis verander ik mezelf van een blondine in een brunette. Ik moet zeggen, het staat niet slecht en wie weet ben ik straks een beetje wijzer. Op het einde van de dag, drinken we het laatste kopje avondthee. Jaen Claude laat zich met pretoogjes door ons omarmen, we hebben een heel erg fijne week bij hem gehad, hij is een vriend geworden.
Maandag 9 augustus
Het is nog helemaal donker om vijf uur in de ochtend. De sterren zijn er nog allemaal. Vanaf de grond stijgt er een dichte nevel op, reikhalzend naar de eerste stralen van de zon. Terwijl we in de tent ontbijten, komt poes Jos ons ten afscheid vijftig kopjes geven. Als we er genoeg van hebben, jagen we hem naar buiten. Dat vindt hij helemaal niet erg. Met een rotvaart springt hij hoog tegen het tentzijl op. Om zich dan afremmend met zijn nagels in het zijl heerlijk naar beneden te laten glijden. Jos is dus de oorzaak van die japen in het zijl! Niet al te vriendelijk jagen we hem heel erg vlug de stuipen op het lijf. Helemaal in en opgepakt nemen we afscheid. Het is weer even wennen voor ons vieren, we hebben bijna een maand niet veel aan wandelen gedaan. De jongens schrikken weer van alles, gaan zelfs op de loop van een horde nieuwsgierige koeien die verstopt staan achter een haag.
Het wordt weer een warme dag vandaag, gelukkig gaat het overgrote deel van de weg door de koelte van een bos. Ware het niet dat we te vroeg rechtsaf slaan en veel eerder dan voorzien weer op de grote weg belanden. De warmte valt gelukkig reuze mee, we zijn tenslotte al een maandje verder. Er is geen vliegend ongedierte, blijkbaar hebben ze hier geen reden van bestaan. Nu beseffen we pas, hoe ontzettend stressvol de hitte periode was. We voelen ons veel luchtiger en lichter, zonder de last en de druk van de hitte en de beesten. We genieten op deze eerste dag volop van ons nieuwe nomadenbestaan. Na twaalf kilometer stoppen we, om Hector nog te ontzien. Ook onze eigen spieren tekenen geen bezwaar, ze beginnen al te kraken. In St. Hilair worden we voor een overnachtingplaats weer naar de burgemeester gestuurd. We mogen met ezels en al op de gemeentelijke campingplaats gaan staan. In de schaduw van een boom binden we er onze jongens even vast, om een vlak plekje te gaan zoeken. Er komt meteen een kleine fransman op ons af. Zijn haren in een brede scheiding plat op zijn hoofd geplakt. Of we wel geautoriseerd zijn om hier met ezels te komen? Dat zijn we, door de burgemeester zelf. De man gaat weer naar zijn camper, maar keert keer op keer weer op zijn schreden terug. Dat kan toch niet, op een camping met die ezels! Verhit van ongenoegen gaat hij zijn beklag doen bij de poetsvrouw die deze camping ook beheert.
Wij hebben ondertussen een prachtig plekje gezien, ver genoeg van de Fransman weg, met schaduw van veel bomen en een grote picknicktafel . Helaas mogen we daar niet staan. Dat stuk hoort niet bij de camping, maar bij het voetbalveld. De Fransman ondertussen, heeft zijn kookpunt bereikt. Hij schreeuwt ons in het gezicht. Ezels stinken! Ezels schijten! Ezels trekken vliegen aan! Dat wil ik niet, dat wil ik niet, ga weg, ga hier vandaan, ga naar een boerderij! De poetsvrouw belt de burgemeester, wat moet ze met die man? De secretaresse komt er aan, ze weet nog wel een andere wei voor ons, of we mee gaan kijken. Daar is geen schaduw, het gras staat er een meter hoog en er is geen water. Inderdaad niet zo geschikt voor ons. Luc maakt haar attent op het veldje naast het voetbalveld , mogen we daar niet op gaan staan? Het is goed, het kan wel voor een nacht. We mogen de Fransman dankbaar zijn, maar we gaan hem dat niet zeggen. Hij staat hier al een week met zijn vrouw en camper. Vier dagen geleden streek hier een circus neer met lawaai tot midden in de nacht. Toen ging de man ook zo te keer, maar een circus jaag je niet zomaar weg. Twee dagen geleden kwam er een gezin met kinderen. Kinderen die spelen! Kinderen maken lawaai! Hij kwam hier voor zijn rust! En dan als slagroom op de taart, zijn wij hier aangekomen. Als de man verstandig was, zou hij er goed aan doen om vandaag een hartaanval krijgen. Want wie weet de volgende, met honden of kamelen, kan misschien niét reanimeren. Er is een winkeltje in het dorp, ik heb al visioenen van koekjes en van ijs. Tot Luc terug komt lopen met een zak vol diepvriesbrood en een potje met paté, van mensen uit de buurt gekregen en gekocht. `s maandags heeft de winkel hier haar wekelijkse sluitingsdag. Hector laat vandaag voor het eerst in drie maanden, een balkje van zich horen. Een aanstormende hond verrast hem op het moment dat hij nog vastgebonden staat. We trekken veel publiek op deze openbare plaats.
Dinsdag 10 augustus
Strakjes tegen een uur of vijf adem ik al zesenvijftig jaar.
Nog in het donker zetten we de jongens op het voetbalveld. Hun weitje is al helemaal kaal en daar is het gras nog fris en groen. Heel benieuwd naar het gewicht van onze bagage weeg ik ondertussen alles nog eens zorgvuldig na. De jongens dragen beiden twee en vijftig kilo, waarvan er voor ieder acht en twintig kilo uit ezelmateriaal bestaat en vier en twintig kilo voor Luc en mij. Luc draagt tien kilo in zijn rugzak en ik vijf. Dit is precies het gewicht dat we bij aanvang van onze reis op het oog hadden. Ik ben weer in het reine met mezelf en onze fijne tent hoeft niet meer geruild. Alle vier dragen we wel weer een massa extra vetreserve, gekregen van het Bourgondische leven in de Bourgogne. Vandaag steken we over naar de Auvergne. Het landschap is voor ons erg drastisch veranderd omdat we tweehonderd vijftig kilometer gereden hebben. In de bermen groeien en bloeien weer andere planten. De prachtige Angelica, groot en fier rechtop, met een stengel zo intens paars en haar lila bloemenkrans als een bolle parasol. De Kaardenbol die onze weg al weken lang flankeert heeft op haar stekelbollen eindelijk een krans van blauwe bloempjes. De bloemen van de grote Koningskaarsen in de wei, zijn daar en tegen heel diep oranje en geel. De wilde wortel draagt in haar uitgebloeide wrongen handen vol met zaad. Het zaad van de Berenklauw, dat naar sinasappels ruikt als je het in je handen wrijft, is al zo goed als op de grond gevallen. In de hagen hangt een heel bramengordijn. Dat komt goed uit, want door de gesloten winkel hebben we geen appels vandaag. Een kleine weg die we graag zouden willen nemen blijkt helemaal weg te zijn. De natuur heeft daar de ruimte weer ingepikt. Dat betekent terug keren en kilometers om lopen. Een sluier van wolken beschermt ons tegen de hete zon. Het is heerlijk wandelen. Heuvels op en rivierdalen in. De mais op de velden is al volwassen, met frivole roze halmen op het hoofd. De kolven echter zijn nog mager, die stellen nog niets voor. Het graan wordt nu pas gedorst in deze streek. Het stro ligt in grote rollen op de akkers. Boven op de heuvels kunnen we wel tot dertig kilometers ver de horizon bezien. Het landschap dat tussen ons en de horizon ligt is verdeeld in heel veel kleine perceeltjes, met ontelbaar veel houtwallen, bestaande uit bomen en uit struiken.
In het dorpje Chouvagne zie ik bij een huis een heel mooi weitje met een kleine stal. De voordeur staat open, de mensen zijn thuis. We vragen heel beleefd of we daar mogen staan. De jongens mogen in de stal, oorspronkelijk voor schapen. Ware het niet dat Choco met zijn kont bijna het dak optilt, van het wat lagere gedeelte. Onze ezels zijn echte stal liefhebbers en zijn dan ook beledigd als ik hen naar buiten jaag. Demonstratief steken ze, boven het halve deurtje , alleen hun hoofd terug in de stal. Het winkeltje in dit dorp heeft op dinsdag haar wekelijkse sluitingsdag. Luc mag met de auto mee om inkopen te doen voor een verjaardagsmaal.
Woensdag 11 augustus
In het eerste dorpje onderweg komt een jonge vrouw ons vragen of ze ons blij kan maken met een ontbijt. We bedanken haar heel vriendelijk, maar we hebben net ontbeten. Het landschap wordt steeds ruiger, de dorpjes kleiner en minder pittoresk. Iedere heuvelheeft op zich, heel veel bergjes en valeitjes. We zijn steeds aan het stijgen en weer aan het dalen, van dorp naar dorp. Het is vooral veeteelt waar men hier van leeft, op een heel kleine schaal. Vroeger voor de eerste wereldoorlog werd hier volop aan wijnbouw gedaan. Tot een ziekte, uit Spanje overgekomen alle wijnranken aantastte en vernietigde. Een oude man komt naar ons toe, we vragen hem de weg. Behalve de weg wijst hij ons ook zijn ezel. Een prachtig mooie ezel, anderhalf jaar oud, maar moederziel alleen. Liever zouden wij ons onthouden van raad of commentaar, maar de eenzaamheid van deze ezel gaat ons meer aan het hart dan ons gevoel van ongewenste betweterigheid. We proberen de man warm te maken voor een tweede ezel . Een kilometer verder op hetzelfde. Een vrouw wijst ons trots haar ezels aan de overkant van de straat. Moeder en zoon staan dan wel niet alleen, maar met veel te lange hoeven. Vooral de moeder zal niet al te lang niet meer weten wat een pijnloos leven is. Ja, ja de hoefsmid die moet komen, hopelijk komt het er ook van. Zo komen we in Varenne, in een gehucht ervan. Ik zie weer een mooi weitje, met een omheinde moestuin en een schommel, we mogen er gaan staan. Een heel vriendelijk echtpaar is ons zeer behulpzaam, met water en een douche. Luc mag weer met de auto mee, want het winkeltje hier heeft op woensdag haar wekelijkse sluitingsdag. Ook de aanhangwagen mag uit een schuurtje zodat de jongens daar kunnen schuilen voor de regen straks. De regen komt als wij slapen gaan. Luc moet er dan weer uit. Choco verspert met zijn lompe lijf de ingang van het hokje, zodat Hector in de regen moet blijven staan. Luc zet Choco op zijn plaats en kan daarna gerust gaan slapen. Gelukkig zijn we, met weer een fijne plek.
Donderdag 12 augustus
Choco is in zijn twee jongste jaren vast met kinderen opgegroeid, met misschien wel een schommel in zijn wei. De schommel waar we hem en Hector voor het opzadelen aan vast zetten , boezemt hem geen angst in. In tegendeel, hij zit continu met zijn hoofd in de touwen vast, met het plankje dan onder zijn kin. Ze weten vandaag wel van mesten, we komen hier niet weg. Iedere keer als Luc de kruiwagen en schop heeft weg gezet produceren ze weer een nieuwe hoop, wel tot vier keer toe. Onder een dreigende grijze hemel gaan we toch op weg. Een kip verkondigt kakelend dat er een ei te rapen valt. De haan bevestigt dat en krijgt meteen respons van vier hanen in de buurt. De klokken in de toren van het volgend dorp lokken ons naar zich toe. In het winkeltje, dat niet gesloten is, koop ik een blik met zuurkool, we zijn op de gemakkelijke toer. Koken is weer iets voor later, het kost ons nu te veel energie. We lopen over heel smalle asfaltweggetjes die de rode aarde hier doorkruisen. Voor Hector`s hoef is dat ideaal, daarop heeft hij geen stenen te vrezen die pijn kunnen doen. Aan de hagen langs de weg doen we ons weer te goed aan de zoete bramen.. Ook de jongens weten ondertussen hoe ze die plukken moeten. Wij doen dat een voor een om ons niet aan de doornen te bezeren. Zij plukken hele trossen tegelijk, met doornen en al. We lopen over de grens tussen de
Le` Allier en de Pui de Dome. Het komt steeds vaker voor dat we de middag pauze overslaan. Ook vandaag lopen we met de eerste boterham in onze hand de laatste kilometers van de dag.
Des te eerder kunnen we de jongens van hun last bevrijden en daarna komen de andere boterhammen wel. Wij kunnen dan vanaf een uur of twee,genieten van een lange middag, er is dan nog genoeg voor ons te doen. In het gehucht waar we belanden, hangt een vreemde geest. Iedereen lijkt er wel bang, zegt nee en doet de deur vlug dicht. Een heel eind verder, bij een boerderij, zijn we wel welkom bij Veronique boer Pascal , dochter Elodie en hond Person vertaald is dat :Niemand. De jongens mogen in de koeienstal. Ze staan er naast twee koeien die op stal staan omdat ze alsmaar uit hun weiden breken. Wij mogen op het gazon. Als ik Hector`s pakzadel af doe, zie ik onder zijn oksels twee open schuurplekken, ter grootte van een euro, van de singel rond zijn borst. Ik ben helemaal ontdaan, mijn wereld stort haast in. Voor de eerste keer op deze reis zakt de moed me helemaal in de schoenen. Het is veel te zwaar, met ezels reizen, de zorg om hun welzijn is veel te groot. Ik voel me zo vreselijk schuldig als had ik hem persoonlijk met mijn eigen mes gevild. Maanden ben ik bezig, met Hector letterlijk in de watten te leggen. Iedere band die schuurt is omwikkeld met gewatteerde stof. Door de dikke schapenvacht is heel het riemwerk natuurlijk in een andere verhouding komen te staan. Ik ben onrustig, kan niet meer genieten. Ook niet van de maaltijd die ons aangeboden wordt. Van een rustdag wil ik helemaal niets weten. Ik wil het probleem morgen meteen oplossen en zien of het ook werkt.
Vrijdag 13 augustus
Choco laat ons schrikken, hij staat niet op als Luc met een portie hooi aankomt. Normaal is hij er als de kippen bij als er iets te eten valt, nu blijft hij liggen in het stro. Terwijl wij bezorgd staan te kijken gaat plots zijn staart omhoog en weerklinkt er een ferme scheet. Daarmee is blijkbaar het probleem al opgelost, in twee tellen is hij weer ter been. De pakdadels zetten we wat meer naar achteren, zodat de schaafwonden onbedekt blijven en de riemen anders rond de buik komen te zitten. Bij het aansnoeren van de riemen, blazen de jongens zoals alle paarden en ezels hun buiken op. Terwijl wij koffie en kruidenthee drinken bij Veronique kunnen die weer slinken. Veronique werkt op een accountant bureau, heeft ook Nederlandse klanten. Voor sommige heeft ze veel bewondering. Zoals die vrouw, die met veel doorzettingsvermogen en charme een prima camping uit de grond heeft weten te stampen. Iets wat een Fransman nooit gelukt zou zijn. Van de Nederlanders vindt men jammer, dat ze de plaatselijke economie niet ondersteunen. Ze nemen alles mee uit Nederland, van voedsel tot bouwmaterialen. Vol goede moed gaan we onder een licht bewolkte hemel weer op weg, om een deel van het landschap te worden. De heuvels worden iedere dag iets hoger,ze neigen hier zelfs al naar bergachtigheid. Van boven op te toppen kunnen we nu al helemaal om ons as, tot wel vijftig kilometer in de omtrek zien. We zijn niet goed genoeg in rekenen om uit te kunnen tellen hoeveel vierkante kilometer de oppervlakte is dat we kunnen overzien. De bomenrijen die de weiden en akkers omzomen worden steeds maar breder, zelfs een enkele naaldboom steekt er al boven uit. Het doet ons denken aan de Ardennen, het is hier prachtig mooi. In het dorpje Pionsat hopen we een plaats te vinden waar we een dag kunnen rusten. In de verte zien we een manege, we kunnen er terecht. Wel uit de buurt, zodat we de paardenmensen niet zullen storen. De eigenaar heeft ook een ezel, hij staat wel met een pony, maar aan het gebalk te horen voelt hij zich toch alleen. Naast de manege is een Chambre `d Hotes. De eigenaars staan ons toe, om voor twee dagen onze tent op te zetten in hun tuin, met gebruik van een schommelstoel. Een douche moeten we ontberen, maar dat vinden we geen probleem. De jongens staan in een wei drie honderd meter hier vandaan, met gras dat ze niet lusten, maar hooi is er volop. In het halve donker maken we door het dorp een wandeling. We nemen jammer genoeg niet de goede weg anders waren we op een concert gestoten waar we welkom waren geweest. De jongens blijven met z`n tweetjes bij de uitgang van de weide staan,alsof ze niet gelukkig zijn zo langs de grote weg. Ik ben wel een stuk gelukkiger. Met het pakzadel is alles goed gegaan vandaag.
Zaterdag 14 augustus
Een rustdag is en wordt het, met tal van huishoudelijke activiteiten. Eerst slapen we wel uit, gaan dan pas aan het werk. Luc doet de boodschappen en de was, terwijl ik mag schrijven. We genieten van de rust en van de schommelstoel. De eigenaar van het huis en van de tuin scharrelt om ons heen. Met een schepje en een riek, met zakken zand en mest, is hij de hele dag ijverig in de weer. Af en toe glimlacht hij naar dat gekke stel in de schommelstoel. In zijn serre kweekt hij tomaten, we krijgen er een hele grote van. De tomaat doet zijn naam alle eer aan, het is een Russische. Een kolos, robuust van vorm, paars groen van kleur, met totaal geen warme smaak. De kleineren die hij kweekt zijn daar en tegen heerlijk. Tegen de avond maken we alles klaar voor morgen. Voor het slapen gaan ga ik nog eens naar de jongens kijken. Ze stonden vandaag de hele dag weer roerloos bij de uitgang. Als ik aankom staan ze aan de andere kant onder de bomen, ze hebben niet in de gaten dat ik er ben. Plots beginnen ze te rennen en te spelen, in volle galop door de hele wei. Ik kan zeker twintig minuten genieten van een schitterend schouwspel. Goed dat ik nog ben komen kijken.
Zondag 15 augustus
Het is vandaag een hoogdag, de bakker heeft het druk. Met drie verse broden in de rugzak gaan we weer op weg. Voor ons uit loopt een oude man, met ferme tred, een stokbrood onder zijn arm. Als de man na een paar kilometer, zwaaiend naar ons rechtsaf slaat, krijgen we de jongens maar met moeite mee rechtdoor. De zon schijnt , de hellingen stijgen en dalen flink. Menig riviertje en beekje heeft zich diep in het dal geboord, het weggetje kronkelt zich daar omheen. Na twintig kilometer lopen zitten de pakzadels tot onze grote vreugde nog steeds helemaal goed. We komen we in een gehuchtje, maar niemand is er thuis op deze zonnige feestdag. Aan een deurpost staat op een bordje: Wim en Margreet, dat kilinkt heel erg Nederlands en ja er staat een Nederlandse auto. Zoon Erwin vraagt aan vader Wim of hij een plekje voor ons weet. Terwijl Opa daarover nadenkt vraagt kleinzoon Jibbe van vijf ons honderduit. Dat wij naar Spanje gaan naar Sinterklaas, dat boeit hem niet, die man bestaat blijkbaar pas in december voor hem. Wel wil hij weten waarom wij ezels hebben, hij heeft er blijkbaar zo zijn bedenkingen bij. Opa heeft in overleg besloten dat we bij hen in de tuin mogen komen staan. Dat vinden we geweldig . Achter het zwembad is een stuk gras dat als weiland dienen mag. Behalve plek zat, is er voor ons ook een groot stuk appeltaart met slagroom als we onder het toeziend oog van Jibbe de hoeven van de jongens hebben verzorgd.
Met de hele familie zitten we gezellig buiten aan een tafel. Ook moeder Sandra en zusje Iris zijn er bij. Morgen gaan ze met de caravan naar een Indianen camping , Opa en Oma brengen hen dan weg. Luc is helemaal blij om in deze mensen, aardige Nederlanders te treffen die graag in Frankrijk zijn en blij zijn met de Fransen. Luc`s broer Frank is met zijn gezin op weg naar het zuiden hier in de buurt voor twee nachten op een camping neergestreken, om ons te bezoeken. Ze halen het niet om vanavond nog te komen, hun tent moet nog worden opgezet. Van Wim en Margreet mogen we een dagje langer blijven. We zijn daar heel erg blij mee, dan hebben we morgen een hele dag tijd voor onze familie. Ik ben ook blij met een heerlijk warme douche en aansluiting op het internet. Omdat we morgen niet zo vroeg uit de veren hoeven kunnen we lekker een tijdje in ons bed blijven babbelen. We tellen nog eens onze zegeningen, de plaatsen waar we onderweg mochten verblijven.
Maandag 16 augustus
Het heeft geregend vannacht, twee keer meer dan een uur, met tussendoor een extra grote plens van de bladeren van de boom waar we onder staan. Onder het tentzijl klinkt dat veel harder dan het in werkelijkheid is. Een heel eind in de ochtend al, vertrekt de hele familie, uitgezwaaid door ons naar het indianenkamp . Niet lang daarna stappen Frank, Nicole, Willem en Hannah uit hun auto. We zijn blij hen te zien, we hebben ons op hun bezoek verheugd. Eerst worden de jongens uitvoerig begroet en bereden. Dan krijgen die een nieuwe wei , zodat ze wat te doen hebben als we weg zijn. Helemaal alleen blijven ze niet achter, de paarden van de buurman staan nieuwsgierig naast hen in de wei. We gaan mee met z`n zessen in de auto op weg naar Evaux-les- Bains in de te vergeefse hoop er een terrasje te kunnen pikken. Dan maar lekkere koeken bij de bakker kopen en koffie zetten op de camping. We hebben een heerlijke middag en avond samen. Spelen, koken, eten samen en kletsen heel wat af. Frank en zijn gezin trekken morgen verder naar het zuiden en dat doen wij ook. Dankbaar voor hun bezoek nemen we afscheid, het samenzijn heeft ons heel goed gedaan. Bij onze tent komt de orde van de dag ons weer tegemoet . Alles wordt weer ingepakt.
Dinsdag 17 augustus
Wim en Margreet hebben zo goed als niet geslapen. Nog vroeg in de nacht bleek hun toilet door te lopen en kun kelder daardoor blank te staan. Ons slaat de schrik om het hart, waren wij het die iets open hebben laten staan? Jammer dat we van de het hozen niets hebben meegekregen, anders hadden we misschien wel kunnen helpen. Nu kunnen we wel helemaal uitgeslapen weer op weg gaan, steeds maar meer bergop. De wolken aan de hemel beschermen ons tegen de nog steeds warme zon. Een buizerd vliegt beneden ons,heel hoog naar prooi uit te kijken in het diepe dal. Zijn ijle roep komt van heel dichtbij met de wind naar ons toe. De gehuchten in de dalen zijn stuk voor stuk heel klein. Veel boerderijen liggen ver afgelegen van de rest. Het is een veel armere streek waar we nu door lopen. Het heeft een uitstraling zo als het vroeger was bij ons, z`n vijftig jaar geleden. De boerderijen zijn ook kleiner, de helft of meer daarvan staat leeg. De meesten zijn te koop en moeten stevig gerenoveerd worden. Uitgerekend bij een pedagogische boerderij worden we op de vingers getikt. Omdat we een hand vol mirabellen plukken, van takken die uitgegroeid zijn tot boven de straat. Het zou veel netter zijn geweest, vindt een pedagogische madam, als we het eerst hadden gevraagd. Aan wie is ons een raadsel, er was geen sterveling te zien. Alleen nu deze pedagogische mevrouw die uit het niets te voorschijn kwam, als de heks uit Hans en Grietje, maar toen was het al te laat. We laten onze pret niet drukken en lopen de volgende heuvel alweer op. De wind die blaast zo stevig, dat ik verwacht achter iedere heuveltop de zee te zullen zien. In een klein gehuchtje willen we heel graag stoppen, we zijn inmiddels moe. Er staat een voordeur open, we kloppen aan. De man die buiten komt heeft een prachtige grote koeienstal voor onze jongens. Ze krijgen hun bedje gespreid van meer dan driehonderd kilo stro. Ze laten er zelfs het hooi voor liggen. Wij mogen tegenover het huis op een grasveld staan, de zonen zetten er een tafel, twee stoelen een parasol en een fietsvoor ons klaar vooraleer ze weer naar hun werk vertrekken.
Woensdag 18 augustus
Gesterkt door een kop koffie voor Luc en een kop kruidenthee voor mij gaan we onder een grijze hemel weer op pad. We lopen een paar honderd meter om, om naar een hunnenbed te kijken in het bos. Choco en Hector laten we even staan aan de rand. Daar is net een kleine ree voor ons op de vlucht gegaan. Het Hunnenbed is kleiner dan die we in Drenthe hebben gezien, maar ook deze maakt veel indruk. Het dak bestaat uit een enkele grote platte steen. Het moet een enorme klus geweest zijn om die op te tillen. Terug bij de jongens laat ik Hector een staaltje van je reinste koelbloedigheid zien. Dertigduizend kilo koeienvlees heeft zich namelijk in volle galop in beweging gezet om in onze richting aan te komen stormen. Rustig maar, zeg ik tegen Hector die het op zijn heupen krijgt van het woeste hoefgetrappel dat alsmaar dichterbij komt. Hopend dat de vier draadjes prikkeldraad dit geweld gaan tegen houden probeer ik Hector met het hart bonkend in mijn keel bij mij te houden. Na een uurtje wandelen en bramen plukken begint het zachtjes aan te regenen. Onze regenjassen doen we aan. We hebben nog niet zo heel erg ver gelopen als we weer op een open voordeur stuiten. Deze keer is het een vrouw, met hele lange haren, die zegt dat ze plaats genoeg voor ons heeft. We lopen met haar mee, we weten niet waar ze ons naar toe brengt. Langs haar drie ezeltjes, die ze verhuurt voor georganiseerde ezelwandelingen. Langs haar twee paarden die ze berijdt. Langs drie vijvers en een camping waar vanavond een concert gegeven wordt. Langs een vakantiehuizenoord. We vragen ons langzaam af waar ze ons toch naar toe aan het brengen is. Bij een half ingestorte woning slaat ze in, daar zijn twee weitjes, met veel bomen om te schuilen voor de jongens. De andere helft van het huis dat volop in staat van renovatie is mogen wij betrekken. We zijn een beetje beduusd, aanvaarden het aanbod gelukkig van harte. Zodra de jongens verzorgd en wel in de wei staan en wij onze spullen hebben binnengebracht, begint het te gieten van de regen. We zijn nu wel heel erg blij met een dak boven ons hoofd. In een mum van tijd hebben we het piepkleine huisje leefbaar gemaakt. Met een zijl op de stoffige houten vloer van de eerste verdieping creëren we een schone slaapplaats, met een stapel kranten een schone tafel om aan te eten en te werken. Twee stoelen staan er ook, tussen de stapels bouwmateriaal. Ik kan een tijdje schrijven, we hebben tijd vandaag. Een warme maaltijd is er tijdens het concert op de camping te verkrijgen. Het concert is prachtig. Een groepje mannen speelt en zingt heel enthousiast en vrolijk Franse volksmuziek. Het al wat oudere publiek laat zich op de dansvloer lokken. Het is heerlijk om naar hen te kijken. Het zou nog fijner zijn geweest konden wij ook dansen. Of durfden wij het maar, om met ons gestuntel mee te doen met alle andere stuntelaars. Helaas ons lijf zit vastgeplakt als een blok beton op een cementen stoel. Het enige dat met de muziek mee wil bewegen zijn mijn voeten en mijn hoofd. Op de terugweg naar ons huis, verlicht de halve maan ons pad waarop zich ook onze schaduwen begeven. De sterren vallen om ons heen, zegt Luc, ik kijk steeds te laat.
Vannacht slapen we in een huis en we zetten onze wekker niet!
Donderdag 19 augustus
Onder een licht wolkendek, met af en toe wat stralen zon lopen we naar de stad Aubuson. Aan weerszijden van de weg spreiden zich hele bossen uit. Steeds meer naaldbomen nemen het van de loofbomen over. In de bermen groeien planten die bij ons in siertuinen staan, zoals de Hemelsleutel Bijen doen zich te goed aan de bloemen van thijm en pepermunt. Het verwondert me dat het hier midden in augustus nog niet dor en droog is, zoals ik dat van Frankrijk had verwacht. In het dorp voor Aubuson beginnen we al een overnachtingplaats te zoeken, in de stad zou ons dat wel eens niet meer kunnen lukken. Een vrouw heeft een wat schamele hellende wei,maar geen plaats voor ons. We besluiten verderop iets beters te gaan zoeken, niet wetend dat het ons nog spijten zal. In een klein gehucht vlak voor de stad staat er geen enkele deur meer open. De mensen die naar buiten komen zeggen allemaal :Nee. Het is begrijpelijk, we hebben namelijk vernomen dat Frankrijk op dit moment geteisterd wordt door een groep Roma zigeuners. Ook al is dat ver van hier, het komt toch in het nieuws. Ongewild komen we zo midden in de stad terecht en houden daar het verkeer vreselijk op. Er is wel een camping langs de Route National zegt een inwoner , maar die is zeven kilometer verder op. Dat is te ver op dit moment en of daar ezels welkom zijn? We verzuimen het om dat aan de burgemeester te gaan vragen en zullen daarvoor boeten. Met aanwijzingen van een vrouw vinden we de weg naar het einde van de stad. Daar vernemen we dat er de volgende tien kilometer alleen maar bossen zijn. Bij de laatste huizen vragen we om water en een plekje om te staan. Maar de tuinen zijn blijkbaar van niemand en niemand is niet thuis om het te kunnen vragen. Een man weet nog wel een gemeente terrein, er is ook water, daar kunnen we wel staan denkt hij, hij loopt wel even met ons mee. Hij brengt ons een kilometer ver,via een industriegebied naar een vreselijke plek. Buiten wat grauwe aftandse gebouwen en twee ondefinieerbare bassins staan er vijf lege hondenrennen. Er is zand er is steen en hier en daar een border gras, waar geen wei van is te bouwen . De waterkraan die is niet meer. Wetend dat we niet meer anders kunnen, de jongens en wij zijn moe, nemen wij de uitdaging aan om er in deze woestenij het beste van te maken. Er is een hangaard waar de jongens kunnen staan en misschien past onze tent op een van de stukjes gras. Maar eerst moeten we terug om water te gaan halen. De jongens zijn daarna met geen stok in de nabijheid van de hangaard te krijgen. Er zit niets anders op dan met heel veel zweet, een afrastering voor hen te maken tussen de stenen in het zand.
De tent past op geen enkel stukje gras , het meeste ligt vol oude autobanden. Er zit niets anders op dan ons grondzijl uit te spreiden op de vloer van de hangaard die vanaf een meter hoogte aan alle kanten open is. We zullen slapen in de open lucht. We zijn niet op transport naar een of ander concentratiekamp en er wordt ook niet op ons geschoten. Waarom zouden wij dan klagen. Gelukkig is de betonnen vloer nog maar pas gestort en nog helemaal schoon. In een vierde deel van de hangaard is een berg met bouwafval gestort. Bij nadere inspectie blijkt het om een gewezen vloer te gaan die helemaal beschimmeld is. Als de wind maar even draait bereikt ons een penetrante zure stank. Ik vrees even voor onze gezondheid, maar zet die vrees tenslotte overboord. Ik denk aan die miljoenen mensen die op vuilnisbelten leven, om te kunnen bestaan. Daar is de stank en de invloed van vergif nog duizend male erger. Wat zouden wij dan nu te klagen hebben. Terwijl Luc de jongens meeneemt naar een andere plek om te grazen , tover ik de hangaard met onze spullen om tot een paleis. We nemen zelfs een emmerdouche. Schoongewassen en uiteindelijk zeer tevreden met wat we er van hebben gemaakt kruipen we tussen het dons. De jongens hebben langs het pad kunnen grazen en staan nu rustig op het zand. Ze zijn zo verstandig om daar niet te gaan liggen rollen. Aan de stenen zouden ze hun vel hebben open gehaald. Ik lig nog uren wakker, zie ster na ster verschijnen en weer achter wolken schuil gaan. De vleermuizen kan ik niet meer zien. Dan is daar plots een straaljager met een vreselijk kabaal. Vlak boven ons zie ik de lichten van het toestel in een flits aan ons voorbij gaan. De jongens blijven onbewogen, maar ik blijf nog een tijdje angstig wachten of dit geweld zich zal herhalen. Uiteindelijk val ik in een diepe slaap.
Vrijdag 20 augustus
We hebben geheel boven verwachting de hele nacht aan een stuk door geslapen. Heel vlot verzamelen we alles en laden alles op. We zijn maar net goed en wel vertrokken van deze moeilijke plek als gemeente auto`s ons passeren om te gaan werken waar wij zopas nog sliepen. Aan de ezeldrollen zullen ze kunnen ze zien dat wij er een tijd hebben gestaan. We lopen tien kilometer gestaag bergop. Er is inderdaad nergens een plek te vinden waar we gisteren hadden kunnen gaan staan. Onbereikbaar in de diepte liggen wel wat weitjes aan een stromende rivier. Wat zou dat idyllisch zijn geweest als we daar hadden kunnen staan. Zwijgend gaan we verder, omgeven door een prachtig bos. Met z`n vieren zijn we nu al bijna vier maanden op reis. Parallel daaraan maken we met z`n tweeën ook een tocht met en naar elkaar. En dan gaat ieder van ons ook nog eens zijn heel eigen weg. Het is best intensief. Onze zwakke kanten worden extra bellicht, onze sterke kanten dubbel aangesproken. Het vraagt veel levenskunst om op al die wegen de goede weg te blijven gaan. Volleerde kunstenaars zijn we daarin nog geen van beiden. Daarom besluiten we dat het verstandig is om vandaag vooral te zwijgen. Witte en prachtige gele vlinders fladderen om onze voeten. Dan zie ik langs de weg een plakkaatje: Sandrine Le Grand geeft vanavond om negentien uur een pianoconcert in het dorpje Fressanges. Laat dat nou juist ons einddoel zijn vandaag. Het ligt twee kilometer verderop. Daar aangekomen stuurt iedereen ons verder, tot we bij het laatste huis, bij de Pianiste zelf belanden. We zijn er welkom, mogen de hele tuin en ook de badkamer hebben als we alsjeblieft willen wachten tot het concert voorbij is. Ze moet zich kunnen concentreren op de muziek en haar optreden vanavond, daarvoor heeft ze rust nodig in en om het huis. Wij respecteren dat, danken haar en zoeken verder. Na het concert dat we zeker bij gaan wonen zal het vast al veel te laat zijn. Een oude man die ons aan zich voorbij zag gaan is heel blij dat hij ons dan toch nog kan ontvangen. De jongens mogen in een majesteitelijke wei, het gras is groen en mals en eigenlijk veel te hoog. Wij mogen de caravan gebruiken die al jaren geen dienst meer heeft gedaan. Buiten is er een douche met heel warm water, die mogen we ook gebruiken om onze was te doen. Na een uur lang schrobben en spoelen in de zon hangen twee waslijnen van tien meter lang, helemaal vol met heel ons linnengoed en een derde van onze kleren. De jongens rennen ondertussen rondjes in hun wei, ze zijn dus helemaal zo moe nog niet. Pas als alles goed op orde is voel ik hoe vreselijk moe ik ben, ik ben uitgeput. De dag van gisteren waarvan we het beste hebben gemaakt, heeft alle energie uit mij gezogen en het schuren aan elkaar vandaag, eist nu ook haar tol. Als Luc laat merken dat we heel erg moe zijn vinden onze gastheer en gastvrouw het goed dat we na vandaag nog een dagje blijven. Onder de schaduw van hun parasol vertellen ze ons over het wel en wee van deze streek de La Creuse, waar ze zes maanden per jaar verblijven. In de winter trekken ze naar Parijs, dan is het hier niet uit te houden, dan wonen hier maar twee families in het hele dorp. Vaak zijn ze ingesneeuwd en afgesneden van de rest van het land Deze streek is een van de meest desolate streken van heel Frankrijk. Het is hier ook zo hoog en koud dat er geen wijnranken kunnen groeien. Er was hier voor de eerste wereldoorlog al geen werk, iedereen trok oen al weg. Samen gaan we `s avonds naar het concert. In een omgebouwde schuur met niet meer dan planken, staat op een laag verhoog een zwarte vleugel. Er is plaats voor honderd luisteraars. De vrouw speelt prachtig mooi, muziek van tal van componisten waarvan ik de naam verkeerd zou schrijven als ik dat zou doen. We zijn onder de indruk van de techniek en de kracht van haar spel. We zijn blij hier bij te mogen zijn, maar moeten ook heel eerlijk zeggen dat de piano niet het instrument is dat ons tot in onze ziel kan raken. Ik ben daar vandaag vooral heel blij mee omdat mijn eigen snaren zo gespannen staan. Bij de minste aanraking zou ik in tranen uit gaan barsten. Dat blijft me vanavond bespaart.
zaterdag 21 augustus
We slapen uit en nemen de tijd om daar waar we gisteren zwegen vandaag goed te luisteren naar elkaar. Luc zijn reis wordt verzwaard door zijn bezorgdheid voor de jongens. Het voelt voor hem als waren het zijn kinderen. Hij is bang dat ze ooit niet goed zullen staan of uit zullen breken, terwijl hij toe moet geven dat daarvoor nog geen reden heeft bestaan. Zelfs op het kale zand eergisteren bleven ze de hele nacht binnen het schrikdraad staan. Voor mij weegt mijn eigen gevoeligheid zwaar en anderen tot last zijn vind ik moeilijk. Terwijl ik toe moet geven dat daarvoor nog geen reden heeft bestaan. Beiden hebben we nog een weg te gaan, beiden willen we nog leren. Dat is goed, want beiden willen we heel graag honderd worden met elkaar. Nu ons gemoed is opgeklaard en ik de hele verdere dag mijn hoofd heb leeg geschreven kunnen we morgen weer fris en monter verder gaan. We gaan weer verder in dit desolate stukje land. Ook van binnen gaan weer opnieuw op avontuur. Alles staat weer ingepakt en de wekker heel erg vroeg. Het wordt morgen net zo heet als vandaag, zeggen ze.
Zondag 22 augustus
We maken onze borst alvast maar nat voor een snikkend hete dag, die al warm begonnen is meteen na de nacht. Choco, zo hebben we besloten, heeft wat extra opvoeding nodig. Hij trekt ons steeds, zoals het hem belieft, mee naar alle kanten. Luc heeft voor die extra aandacht beide handen nodig en daarom mag ik vanaf vandaag de kaart gaan lezen onderweg. Ik voel me als een kind dat van de juf het bord uit mag vegen. Met gedegen accuratesse kwijt ik me van die taak. De weg gaat berg op, we klimmem en klimmen alsmaar hoger, tot op een van de hoogste toppen van de La Creuse. Om ons heen en in de verte liggen bossen, bos en bossen. Een witte sluierwolken laag, legt heel genadig een gordijn tussen ons en de zon. Naarmate dat we klimmen wordt de witte sluier donkerder, om plots boven op de top, over te gaan in een dreigend zwart. Luc hoort het onweer al rommelen, maar dat blijkt Hekkies buik te zijn. Toch zijn we op onze hoede, ook al verandert de zwarte massa in een grijze gatenkaas. Terwijl we over de heuvelkam lopen hebben we links van ons een stralend blauwe hemel en dreigen rechts donkergrijze wolken. We nemen het zekere voor het onzekere en trekken in het eerste bos, bij de eerste regendruppels onze regenpakken aan. Het was echter niet nodig geweest, er volgen geen tweede druppels. Eenmaal weer uit het bos, is er aan de hele hemel geen spatje grijs meer te bekennen. Als we een heel oud kerkje willen bezoeken, komt er een vrouw naar ons toe gerend. De kerk die is gesloten, die is privé. Maar ze heeft ook een ezel en die wil ze ons graag laten zien. Met een kopje koffie lokt ze ons mee naar haar houten huis. Daar staat een prachtige ezel, roodbruin van kleur, die door het dolle reageert op onze jongens. Zijn maatje is een pikzwarte ram. Heel voorzichtig vertel ik weer, hoe fijn het is met twee. Als we verder gaan geeft ze ons haar nummer mee, ze wil ons heel graag komen redden, als dat ooit nodig mocht zijn. Omdat we al ervaring hebben slaan we dat gebaar niet af. Met mijn schouder gaat het trouwens goed. Dat heb ik, zo weet ik nu, aan mijn rugzak te danken. Deze trekt mijn schouder en mijn rug, netjes recht naar achteren, zodat de zenuw die problemen heeft, daardoor wordt ontlast. Daarbij klem ik de fles drinkwater met de heupgordel tegen mijn buik, zodat ik ook ter hoogte van mijn middel zo recht loop als een kaars. Dus als ik later problemen krijg, hoef ik maar op reis te gaan. We lopen bijzonder vlot vandaag. In een mum van tijd zijn we op ons einddoel van vandaag. Voor het eerst in al die maanden komen we in een plaatsje waar we rond het middaguur iets kunnen eten in een restaurantje. Zo te zien staat er vandaag friet op het menu. Eerst gaan we naar de chambre d` hotes,, we kunnen er wel overnachten, maar voor de jongens is er nergens plek. De burgemeester woont twee kilometer verder in een gehucht, daar kunnen we wel met ons allen terecht. Eerst maar iets gaan eten dan, maar we hebben pech. De keuken is inmiddels gesloten, we zullen het weer met onze boterhammen moeten doen. In het gehucht Lioux passeren we drie hangaards. ik word een beetje misselijk, de hangaard van Abuson ligt nog op mijn maag. De burgemeester brengt ons even later tot mijn schrik naar die hangaards. In een ervan mogen de jongens staan, bij zes verstoten lammetjes en een kalfje dat heel zielig een weesje staat te wezen. Omdat er nergens een stukje vlak gras is waar de tent op past, zit er niets anders op dan ons grondzijl weer te spreiden in de tweede hangaard. Die moeten we delen met meer dan honderd vijftig duizend kilo hooi. Dan breekt eindelijk het te verwachten onweer los. Lichtflitsen schieten omlaag en de donder rolt tussen de wolken, maar er valt geen druppel regen. Luc is enigszins teleurgesteld. Heeft hij daarvoor zoveel moeite gedaan om de jongens onder dak te krijgen vandaag? Het had hem zoveel voldoening gegeven, te weten dat de jongens binnen staan, terwijl het buiten regent.
Maandag 23 augustus
Luc hoeft niet meer te klagen, het heeft de hele nacht geregend en dat doet het om half zes nog. We hebben er geen moeite mee op opnieuw in slaap te vallen, maar daarna is Luc ziek. Hij heeft al dagen last van een ontstoken keel, maar vandaag voelt hij zich echt ellendig. Fieke belt in alle vroegte, ze is onze trouwste fan. Een keer in de veertien dagen, hoort ze graag onze stem. Ze vertelt over het AZM in de krant, dat er ontslagen vallen. Voor ons is dat heel erg ver, maar voor onze collega`s geeft het vast extra spanning. We blijven nog een dagje staan waar we staan. De hangaard is niet de vrolijkste ziekenkamer, maar Luc heeft toch zijn ogen dicht. Ik maak een kop bouillon voor hem en laat hem dan alleen, om in het dorp van gisteren , twee kilometer verder op,wat boodschappen te gaan doen. Ik ben nog net niet halverwege als Ik besef dat er buiten de hangaard het keteltje nog op het vuur staat, bedoeld voor een tweede beker bouillon. Luc kan het vanaf zijn bed niet zien, en telefonisch is daar geen bereik. Er zit niets anders op dan de berg weer af te dalen. Ik zie nog net het laatste pluimpje waterdamp opstijgen, goed dat ik me heb gehaast. Het voordeel van mijn terugkomst is, dat Luc zich al wat beter voelt en met me mee wil gaan. Het restaurantje is zelfs open, we kunnen er om twaalf uur terecht. Ondanks dat Luc geen honger heeft, smaakt het toch voor tien. `s Middags als Luc geslapen heeft en ik geschreven heb, krijgen we bezoek van Kees en Justa, ze willen heel graag onze ezels zien. Kees en Justa komen al tien jaar in dit gehuchtje van een straat en hebben hier sinds drie jaar hun vaste woonplaats. Ze nodigen ons uit voor een kopje koffie en een douche, dat klinkt als muziek in onze oren. Ze wonen in een prachtig huisje, een vermaakte boerenschuur, met een mooie ruime tuin. Trots laten ze ons alles zien, ze zijn gelukkig hier in Frankrijk. Bij een glaasje wijn daarna, werken de verhalen over het wonen op het platte land van Frankrijk erg aanstekelijk. Gelukkig hadden we ons bedje al gespreid, het is middernacht en pikdonker op de weg naar onze hangaard.
Dinsdag 24 augustus
Luc heeft slecht geslapen, toch gaan we vandaag opnieuw op weg. Er komt een lading stro vandaag die onze plek in gaat nemen. Zodra het licht wordt gaan we eerst even naar het bakhuis kijken. Het huisje met de houtoven waar vroeger door het hele dorp gebakken werd. Ik heb een zwak voor zulke ovens, ik heb er ooit zelf eentje in een huis gehad. Een keer in de veertien dagen, bakten we dan zeven broden. Het zuurdesemdeeg werd de avond van te voren al met de voeten getreden, voor de handen was het veel te zwaar. En dan het vuurtje stoken, van hele dunne takken, in de oven zelf. Tot alle stenen wit waren, de hete as er uitgeveegd en de broden er in geschoven konden worden. Broodbakdag was echt een feestdag en dat feestgevoel krijg ik steeds weer opnieuw bij het zien van zulk een oven We worden uitgezwaaid door Kees en Justa. Nu ben ik toch vergeten een foto van jullie te nemen. Er zit dus niets anders op om daarvoor later nog eens terug te komen. We volgen een prachtige kleine weg. Op de kaart is deze een dunne zwarte lijn. Voor dat we ons op een zwarte lijn gaan begeven, vragen we altijd even na, of de weg nog wel ten volle bestaat. Soms heeft een boer die ingepikt als weiland voor zijn koeien of als akker voor zijn gewas. De weg voert ons door bossen, een heide gebied en een mooie holle weg met de geur van paddenstoelen die ik sinds mijn kindertijd niet meer zo geroken heb. Een bordje op een boom zegt dat je om paddenstoelen te kunnen plukken een vergunning nodig hebt. We zitten hier op meer dan negenhonderd meter hoogte. De dorpjes zijn hier heel erg klein, vijf,zes mooie kleine huizen en dat is het dan.
In de winter moet het hier heel guur zijn, dat is het nu ook al. Het vingerhoedskruid dat bij ons gemakkelijk een meter hoog wordt is hier amper twintig centimeter groot. De Springende Balsemien daar en tegen is net zo hoog als bij ons. Langs de weg staan Eiken en Berken en een enkele prachtige Beuk. Daarachter zijn het allemaal naaldbomen die hier staan. De kamperfoelie is er in omhoog geklommen en de bloemen hangen er als kerstballen in. De hemel is een waar kleuterpalet, van stralend blauw en helder wit tot grijs met zwarte plukken. In La Villedieu stoppen we, het is weer ouderwets heet geworden. Een man biedt ons zijn wei en achtertuin aan en als we iets nodig hebben, moeten we het maar vragen. Dit laatste hebben we geleerd, hebben de Franssen graag. Ze wachten af en laten het initiatief bij ons. Als we dan iets vragen, zijn ze daar heel blij mee. Vanavond vragen we, voor ons doen een beetje vrijpostig, of de man een beetje wijn voor ons heeft. Roger straalt meteen, heerlijk vindt hij dat. Een fles wijn voor zichzelf open maken, dat doet hij niet, maar samen met ons kan hij er ook van genieten. We moeten dan wel bij hem binnen komen, daar vertelt hij ons zijn hele levensverhaal. Voor dat hij acht jaar geleden kanker kreeg werkte hij zoals de meeste mensen in deze streek in de houthandel. Iedere zondagavond reed hij met een vrachtwagen vol houten stammen naar Nice aan de kust. Daar had hij een zagerij waar hij de stammen verwerkte tot stukken die hij vervolgens aan de Pizzeria`s tussen Monaco en Cannes verkocht. Op vrijdag avond keerde hij dan weer terug naar hier, om op zaterdag zijn vrachtwagen weer te vullen. Of hij voor die tijd al gescheiden was, dat weet ik niet.
Woensdag 25 augustus
Het is beren koud buiten, vier graden boven nul. Het is goed te merken dat we op duizend meter hoogte zijn. Op onze eerste oefentocht, het was september weten we nog, vroor het `s nachts en s ochtends. We pikken de GR 46 op vandaag, een prachtig, flink klimmend pad de bossen in. Dat komt goed uit want buiten het bos is het al heel heet. De zon tovert een prachtig schimmenspel op de westelijke bergflanken. We lopen de Haute Vienne, tot in Lacelle. Daar kunnen we een maaltijd krijgen. De jongens moeten maar even wachten, zonder bagage wellis waar. Choco moet even moeilijk doen. Hij heeft noten op zijn zang, wil niet zomaar overal aan vastgebonden worden. Jammer voor hem, hij komt niet altijd op de eerste plaats. Op de camping mogen we met z`n vieren staan, zolang we de mest maar goed opruimen. We gooien die, waar ook de mest van de tien paarden ligt, die hier eergisteren waren. Voor we de tent opzetten, worden eest de jongens verzorgd. Hun huid wordt goed geïnspecteerd, er zijn geen schuurplekken meer. De hoeven worden nagekeken en van steentjes ontdaan. Door het teren om de dag, zijn ze harder geworden, ze zijn nog steeds niet korter dan zeven centimeter lang.
Donderdag 26 augustus
Luc heeft heel erg slecht geslapen, heeft aan een stuk door gehoest. Ik sliep als beton zo vast en heb er niets van gehoord. Luc zegt het niet met zoveel woorden, maar hij kan het niet echt waarderen, dat ik vannacht niet een klein beetje met hem mee geleden heb. De GR 46 pikt ons op, voert ons het dorpje uit, langs wegen en langs weggetjes. De mensen hadden in deze streek de hulp van hierboven blijkbaar erg hard nodig. In de drie weken dat we weer wandelen hebben we al ontelbaar veel kruisen langs de weg geteld. Sommigen van steen en al zo oud dat ze onder het mos bedolven zijn. We lopen steeds berg op. rechts van ons duikt plots heel in de verte te vlakte van Limange op, zonder bergen aan de horizon. Hector schrikt zich lam van een Buizerd die zich van de rotswand stort. Eenden die opfladderen kent hij wel, maar dit is weer iets nieuws. Even later zien we een Buizerd midden in het bos, laag tussen de bomen door laveren. Als een duiker die probeert, op het rif,met zijn vinnen het koraal niet te raken. Luc krijgt een tweede domper vandaag, als hij triomfantelijk verkondigt, dat ik ons, met de kaart in de hand, naar ergens helemaal verkeerd heb gebracht. Volgens hem, zijn we niet, waar we zouden moeten zijn. Na een paar minuten samen turen op de kaart, blijkt dat we tocht goed zijn. We vervolgen onze weg. We eten bij gebrek aan appels weer de bramen van de struiken. Wonderlijk is het, om te proeven dat op iedere berg, de bramen anders smaken. Heel zoetjes aan vordert ook hier de zomer, straks zal ze geleidelijk overgaan in de herfst. De wind die waait af en toe al hard en neemt zo nu en dan een geel berkenblaadje mee naar beneden. De bermen zijn flink bezaaid met paddenstoelen, nu vliegen er nog vlinders rond. Aan de varens die zo groot zijn als ikzelf, verschrompelt hier en daar al een blaadje. Maar voor als nog schijnt de zon nog fel en hevig. We naderen Treignac, een ietwat groter stadje dat ons weer op onze hoede doet zijn. We moeten op tijd een plekje zoeken, om niet weer onder een hangaard te belanden. Een kilometer voor de stad, wonen een heel oude broer en zus, ze zijn meer dan tachtig jaar. Broer draagt een broek die al ontelbare keren is versteld , de knieën zijn gestopt als sokken. We mogen van hun grote achtertuin een weitje maken en er twee dagen blijven staan. Luc vraagt of er ook een schoenmaker in de stad is en toont zijn kapotte schoenen. Helaas die is er niet, maar Luc mag wel een paar van de broer hebben, die heeft nog wel een tweede paar. Gelukkig zijn ze een maat te groot. Broer heeft ook een auto, een Citroen Visa van vijf en twintig jaar. Hij ziet er uit als nieuw. In de stad gaan we eerst op zoek naar de dierenarts. Morgen vroeg om negen uren komt hij de jongens hun jaarlijkse injectie geven, tegen Influenza en tegen Tetanus. In het `cafe du commerce` krijgen we bij een consumptie, aansluiting op het internet. Tevreden klimmen we de weg naar onze tent weer op. Morgen komen we terug.
Vrijdag 27 augustus
De dierenarts is laat en het wordt steeds later. Spoedoperaties gaan nou eenmaal voor. Er zit niets anders op dan te wachten. Ik kan dat al schrijvend doen, het is niet te licht in de tent. Het heeft de hele nacht geregend en ook nu is het nog vooral bewolkt. Zo dag in dag uit al wandelend worden we ons sterk bewust van de elementen om ons heen. De standen van de zon, die van de maan wat minder, worden heel vertrouwd. De wind die van alle kanten waait en vooral vandaag, kolossale wolken verder jaagt. Het ruisen van de bomen en het water dat in beken en rivieren naar beneden gaat. De kleuren van de aarde, van geel, naar grijs, naar rozerood. De stenen die ik niet meer kan vinden, ik zoek al weken vruchteloos. Alles ligt hier bezaaid met grote en kleine stukjes rots, waarop niet te tekenen valt en die totaal niet inspireren. Ik heb al gezocht naar ander materiaal om onze dank op uit te drukken, maar ook met stukjes hout of stukjes dakpan wil het niet echt lukken. Ik ben benieuwd wanneer de eerste mooie ronde kei zich weer laat vinden. In de Maasdal zijn we rijk. We wachten nog steeds op de dierenarts. Choco en Hector weten nog van niets. Argeloos rennen ze achter elkaar aan in hun wei. Net als Luc met de buurvrouw mee mag rijden om boodschappen te doen, komt de dierenarts. Hij is er verbaasd over hoeveel weerstand vooral Hector biedt. Met andere ezels heeft hij niet zoveel leed. Choco, bang gemaakt door Hector geeft geen kik meer zodra de naald in zijn lijf zit. Hector heeft ooit in het ziekenhuis van Luik ` gelegen` , wie weet wat hij daar heeft moeten verduren. Zodra de dierenarts is geweest dalen we af naar cafe du Commerce naar het internet. Daar zit ik nu met een kopje thee, de laatste hand te leggen aan deze tekst. Het is een lang verhaal geworden deze keer
De vakantie is voor de meesten van jullie, bijna voorbij. Het spijt ons dat jullie niet zo`n mooie augustusmaand hebben gehad. Dan nu maar hopen op een mooie nazomer, we duimen voor jullie!
Veel groeten van ons vieren
Veel liefs Helene
Foto's bij reisverslag


Reageren op bovenstaand reisverslag
Reacties op bovenstaand reisverslag
wat ben ik blij dat jullie weer verder kunnen wandelen en het met de jongens goed gaat.
niet te geloven dat er zoveel mensen een ezel hebben.dacht dat choco en hector meer een uitzondering waren.vandaag gelezen dat het azm niet zomaar mensen gaat ontslaan maar naar andere mens- vriendelijke oplossingen gaat zoeken.voorlopig is mijn baan nog verzekerd.
zou anders wel een tijdje willen rondtrekken zoals jullie.
geniet van jullie vrijheid en helene schrijf nog maar vele stukjes, is gewoon een genot om te lezen
knuffels henriette
Hoi,hoi,weer genoten van jullie verhaal.Hopelijk is Luc intussen weer opgeknapt.Heel veel succes met jullie verdere reis, niet te nat,hoop ik voor jullie
Knuffel Benny
Hoi Hoi,
Luc en Helene,wat zijn jullie zo bijzonder, Het voelt alsof ik bij het lezen van de tekst even dichtbij jullie ben.
Het is kei leuk te horen dat het goed gaat met Choco en Hector. Er wordt door de buurvrouw hier ook naar gevraagd... Luc ik hoop dat je je weer beter voelt, Helene heel veel groetjes en heel hartelijk dank voor het mooie verhaal... Voor het willen delen.
Groetjes van onze Beatle, Stachys en Pauline!en ook van onze Toon....
Hallo allemaal: Luc , Helene en de jongens.
Met zoveel plezier/bewondering lees ik jullie reisverslag. Het wordt een best-seller als jullie dit uitgeven na jullie terugkomst! Zo ver is het echter nog niet. Geniet maar eerst van alles wat op jullie avontuurlijke pad komt en ik wens jullie nog vele wonderlijke, bijzondere en fijne ervaringen toe. Geniet ook van elkaar! Vergeet dat niet: vergeet niet hoe bijzonder jullie allebei zijn
liefs marian
Wij genieten van jullie,
reis.Veel wijsheid en geluk.De wei voor de jongens is in orde.Toke
Hé Luc en Hélène, elke keer weer is het heerlijk om het verslag van jullie reis te lezen. Vandaag heeft het me de zon gebracht die zich hier nauwelijks laat zien. Laten we hopen dat er een fijn najaar in zit, maar niet alleen hier, ook daar waar jullie je met zijn vieren dan bevinden.
Luc, ik hoop dat het beter met je gaat. Hélène, ik mis je op de afdeling, maar met je verslagen heb ik het gevoel dat je er toch een
beetje bent.
Geniet van de laatste zomermaand, op een prachtige herfst.
Lieve groetjes, Lisette
Heerlijk om jullie belevenissen te lezen. Een brok inspiratie!
Hallo jongens, profiteer nog effe van het weer en houdt het alle vier gezond. Hier is het ondertussen al herfst, en dat in augustus!!!!!
Luc, we zoeken nog iemand voor onze "afdelings" wintersurvival!!!!!
Hallo luc en Helene het is al weer een tijd geleden dat jullie bij ons waren maar gelukkig gaat het goed ook met de jongens wij lezen het reisverslag dus we blijven op de hoogte heel groetjes van ons en een dikke kus voor Choco en Hector.
Menu
Profiel
Huidige locatie:
Frankrijk,
Treignac


Fotoboek
Blijf op de hoogte
Ja, ik wil direct een e-mail ontvangen na elk nieuw reisverslag!
Mijn e-mailadres:
Via je mobieltje op de hoogte blijven van elk nieuw reisverslag? Stuur een sms
START FOLLOWING LUCENHELENE ON
naar 1008.
(€ 0,55 p.o.b. max.1 per dag. Lees de voorwaarden)
Nieuws
Dit dagboek heeft in totaal 23214 pageviews en is onderdeel van WaarBenJij.Nu
